442174 RIB Bibob-beleid

Aan de leden van de gemeenteraad

Op 1 juni 2003 is de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) in werking getreden. Met de wet wordt het openbaar bestuur in staat gesteld zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd door het verlenen van vergunningen, subsidies en het gunnen van opdrachten in het kader van aanbestedingen. De Wet Bibob is bedoeld als een aanvulling op de bestaande mogelijkheden om een vergunning te weigeren of in te trekken of daaraan extra voorwaarden te verbinden.

De Wet Bibob is een ultimum remedium. De wet mag pas worden ingezet wanneer er geen andere gronden zijn om een beschikking te weigeren of in te trekken. Bijvoorbeeld als er vermoedens zijn dat de beschikking wordt gebruikt om strafbare feiten mee te plegen en/of gelden afkomstig uit criminaliteit wit te wassen. Bij de toepassing van de Wet Bibob wordt - naast de integriteit van de exploitant en de leidinggevenden - ook de integriteit van de bij de aanvraag betrokken zakelijke partners en financiers beoordeeld.

Overheidsinstanties, waaronder gemeenten, kunnen beleid opstellen over de wijze waarop zij de Wet Bibob uitvoeren en inzetten. Den Helder heeft daar in 2004 ook voor gekozen. Het laatst gewijzigde beleid dateert van 2013. Tot heden volstond dat. Ontwikkelingen in de maatschappij hebben ons echter doen besluiten het beleid aan te passen. Een van die ontwikkelingen is de toenemende ondermijning in de zorg. In de media zijn hierover al verschillende publicaties verschenen, we hoeven daarover in dit kader niet verder uit te weiden.

Het Bibob-beleid kent een zogeheten actieve en passieve toepassing, ook wel de ‘zal’- en ‘kan’-bepalingen genoemd. Bij een actieve toepassing moet iedere aanvrager nadere informatie overleggen. U kunt hierbij denken aan documenten die betrekking hebben op de bedrijfsvoering en de financiële situatie van de aanvrager.
Bij een passieve toepassing geldt deze verplichte Bibob-toets dus niet. Dan volstaat alleen de aanvraag van bijvoorbeeld de vergunning of subsidie. We kunnen deze verplichting alsnog opleggen wanneer informatie van bijvoorbeeld politie, Openbaar Ministerie, het Riec of onze eigen teams daartoe aanleiding geeft.
 
Wat in het nieuwe beleid gelijk is gebleven aan het oude zijn de verplichte (de actieve) Bibob- toetsen bij vergunningaanvragen voor kamerverhuur, vechtsportgala’s, coffeeshops, bordelen, horeca en speelautomatenhallen. Wat daarin nieuw is, zijn bijvoorbeeld de verplichte Bibob-toetsen bij aanvragen van Omgevingsvergunningen die betrekking hebben op specifieke branches.
Daarnaast de koop en verkoop van vastgoed van €500.000 of hoger, waarbij de gemeente een van de partijen is. We willen tenslotte nog benoemen dat ook bij de aanbesteding van de zorgcontracten een verplicht Bibob-traject moet worden doorlopen.

Den Helder, 1 juli 2025.

Met vriendelijke groet,

Burgemeester en Wethouders van Den Helder,

J.A. (Jan) de Boer MSc.
burgemeester    

K. (Koen) van Veen
secretaris