Toespraak burgemeester Jan de Boer herdenking 15 augustus 1945

Hieronder vindt u de toespraak van burgemeester Jan de Boer ter gelegenheid van de 15 augustus-herdenking 2021, thema: ‘Hoe vrij zijn wij’.

15 augustus is niet zomaar een dag.
15 augustus is niet zomaar een herdenking.
Tijdens deze herdenking erkennen wij de getroffenen uit onze nationale geschiedenis.
Het is de dag waarop in 1945 door de capitulatie van Japan er officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in het gehele Koninkrijk.
We herdenken alle mannen, alle vrouwen en alle kinderen die zijn gestorven onder de Japanse bezetting.
Door met elkaar te herdenken laten we zien dat wij allen, met elkaar meeleven bij het verdriet en gemis (de Melati) die velen in de 1e en latere generaties hebben doorgemaakt.
We staan stil bij al die mensen waarvan het leven is getekend door deze periode.

Want de datum 15 augustus maakt veel herinneringen los.
Herinneringen aan de verschrikkelijke kampen, aan de honger, aan het geweld, aan de vernedering, aan de uitbuiting en aan de dwangarbeid.
Aan de slachtoffers die begraven liggen op de erevelden in Indonesië en daarbuiten en aan degenen die nooit een begraafplaats hebben gekregen.
Herdenken is elkaar ontmoeten, praten, verbinding zoeken en elkaar steunen.
In Den Helder komt men elk jaar op 15 augustus hier, bij het monument samen, om te herdenken.
Ik vind het belangrijk dat herdenkingsthema’s blijvend aandacht krijgen, zeker in een stad met het DNA als van Den Helder.
Door elkaar hier te ontmoeten, wordt de verbondenheid met ons verleden voelbaar benadrukt.

De Japanse bezetting is inmiddels een mensenleven geleden.
Er zijn steeds minder ooggetuigen.
Opeenvolgende generaties, waaronder die van mij, weten niet beter dan dat we in vrijheid leven.

Het thema van de herdenking dit jaar is: Hoe vrij zijn wij?
Dat is een lastige vraag.
Niet als het gaat om een land dat bezet wordt en men spreekt over een oorlog en bezettingsmacht.
Wel als het de betekenisgeving aan vrijheid betreft in relatie tot alleen het individu ten opzichte van de samenleving;
u, jij of ik in het decor van wij, ons en allen.
In onze identiteit; het uiten van geloof, politieke overtuiging, geaardheid.
Vrijheid is en blijft dan werk in uitvoering, zichzelf steeds opnieuw uitvindend in de context van de toekomstig tegenwoordige tijd;
dat wij later in meerderheid vinden en geaccepteerd hebben.
Vrijheid is daarom nooit af of klaar.

De zoektocht naar hoe vrij wij zijn lijkt actueler dan ooit.
Het Sociaal Cultureel Planbureau toont aan dat veel mensen zich zorgen maken over de manier waarop wij met elkaar omgaan.
Wij van de groep staan tegenover zij die er niet bij horen.
We zien bijna dagelijks hoe snel een kleine vlam in grote pan kan slaan.
Wanneer een samenleving uitsluiting, polarisatie, zelfcensuur en stigmatisering ten koste laat gaat van (lees accepteert) debat, reflectie, emancipatie en relativering dan komt de vrijheid onder druk te staan.
Hoe vrij wij zijn is dus ook hoe alert we zijn; dat is nu en dat was toen.

Wat er tijdens de Japanse bezetting is gebeurd, is niet te bevatten.
We herdenken om steeds opnieuw te beseffen: het is echt waar, het is gebeurd.
Jarenlang konden of wilden mensen er niet over spreken, men kon er de woorden niet voor vinden.
Bovendien was er niet of nauwelijks gehoor voor de verhalen van mensen die de kampen hebben overleefd, voor de slachtoffers van het oorlogsgeweld aan de andere kant van de wereld.
Vaak komt pas op hoge leeftijd het gevoel: ik moet getuigen, de gebeurtenissen mogen niet worden vergeten.
Want verhalen sterven niet.
Die moeten verteld blijven worden.
Een verhaal wortelt in het verleden, groeit in het heden en zal bloeien in de toekomst.
Om er zo voor te zorgen dat al die verhalen en herinneringen zich bundelen in een collectief geheugen.
Vooral de jongeren, denk daarbij aan de derde en vierde generatie, zijn steeds meer betrokken en geïnteresseerd in hun Indische ‘roots’.
En in de verhalen van hun grootouders en overgrootouders.
Zij dragen de geschiedenis in zich mee.
Zij willen weten hoe het was, zodat ontbrekende puzzelstukjes op hun plaats vallen.
Zoals de 19-jarige Amara van der Elst, kind van een Indische moeder en Nederlandse vader, die tijdens de Nationale herdenking op de Dam een ‘spoken-word-voordracht’ hield.

Zij gaf in een interview aan:
“Het is fijn om bewuster te zijn van wat er in onze geschiedenis is gebeurd.
Het laat mij mezelf beter snappen.
Die pijnlijke kant is nou eenmaal een groot deel van de geschiedenis, een heel vers deel ook nog, dus dat is iets wat ik ook meedraag.
Het is een vorm van kracht die ik voel, om te weten waar ik vandaan kom.
Het is niet per se trots, maar wel dankbaarheid, een rijkdom.
Er zijn offers gemaakt voor waar wij nu staan, voor de vrijheden die wij nu hebben en af en toe voor lief nemen.” Einde citaat.

Het verhaal van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië is niet algemeen bekend bij het grote publiek.
In Nederland wonen twee miljoen mensen met een Indisch oorlogsverhaal.
Maar in het onderwijs, en ook in de herinnering van Nederland, staat de Duitse bezetting toch voorop.
In 1970 was er de eerste officiële herdenking van de 15de augustus in Nederland en pas in 1988 is besloten dat 15 augustus een officiële jaarlijks terugkerende herdenkingsdag zou worden.
Dit alles zal te maken met de pijnlijke nasleep van de dekolonisatie en de soms gevoelige relatie tussen Nederland en Indonesië.
Ik wil eindigen met het laatste deel uit de ‘spoken word-voordracht’ van Amara, die zij uitsprak op 4 mei:

er is gevochten en gevallen voor waar ik nu sta
ogen nog vochtig in dankbaar bestaan
bewust van verleden
wijzer in het heden

de pijn morgen nog steeds niet volledig verdwenen
er zijn wonden onder de huid die niet helen
nog honderden ongehoorde verhalen te delen

je hoort de echo in de stilte
niet wie harder schreeuwt
maar stiller denkt
niet wie harder schreeuwt
maar stil herdenkt

Hoe vrij wij zijn is hoe alert wij zijn.
Ik wens u troost toe op een dag als vandaag.